Initiatiefgroep belangen oud-medewerkers cq –

Kunstenbond weigert medewerking aan hoger beroep Doodsteek voor de rechtszaak van de IBOCQ leden!



Mr. J. Sprangers van REIN advocaten, curator in het faillissement CQ, die zelf een zaak heeft aangespannen tegen gemeenten Emmen en Coevorden wegens onrechtmatig handelen en fraude,
is inmiddels in hoger beroep gegaan.
Maar er komt geen hoger beroep voor de Initiatiefgroep Belangen Oud medewerkers van CQ.
Beide gemeenten werden door hen via de Kunstenbond aangeklaagd en er werd een claim van €5,5 miljoen aan ontslagvergoedingen geëist, waar de gemeenten zich door middel van het faillissement onderuit hadden gewerkt.

De IBOCQ is gedurende de afgelopen jaren een belangrijke ervaring rijker en een aantal illusies armer geworden.
Wat waren we naïef!
We waren er van overtuigd, dat als alle feiten rond het gesjoemel van gemeenten Emmen en Coevorden boven water zouden komen, ons uiteindelijk recht zou worden gedaan.
Niets is echter minder waar gebleken.
De ervaring heeft ons geleerd dat de overheid alles kan doen wat ze wil.
Dat je als gewone burgers geen rechten hebt en überhaupt te weinig middelen om in te zetten voor zo’n duur proces.

 
Het recht is krom; ons rechtssysteem is overduidelijk failliet.

Hoewel er stapels bewijzen liggen tegen beide gemeenten, konden zij afgelopen jaren zonder sancties, alles doen en laten om onze rechtszaak te traineren.
En daarmee de proceskosten, die zij immers nooit zelf hoeven te betalen, steeds verder laten oplopen.

Na het faillissement in 2014 hadden we nog de illusie dat de raadsleden het voor ons zouden opnemen.
Maar zij toonden weinig tot geen interesse: “stap maar naar de rechter!” werd er geroepen.
De enkeling, die ons serieus nam en met ons in gesprek ging, werd direct keihard teruggefloten door zijn eigen fractie.


– Gemeenten, met burgemeesters en wethouders die doodleuk weigerden met betrokkenen in gesprek te gaan, niet reageerden op mails en aangetekende brieven. 
Gemeente Emmen, die de fracties, voorafgaand aan een raadsvergadering, dringend adviseerde géén vragen te stellen.
En vooral niet te reageren toen de vertegenwoordigers van de IBOCQ en de bonden op de raadsvergadering kwamen inspreken: “want dit zou de zaak en de CQ medewerkers kunnen schaden”.
– Gemeenten, die de rechter-commissaris middels een door hen heimelijk verzonden brief verzochten, om ons de toegang tot het CQ archief te weigeren (wat niet lukte, maar hoe veelzeggend).
– De (tot 2014) wethouder Kunst en Cultuur van Coevorden, die de vertegenwoordigers van de IBOCQ en bonden persoonlijk kwam vertellen dat het faillissement door Emmen al in 2012 in  voorbereiding was. Dit bevestigde hij ons middels een mail, maar ontkende het niet veel later in de media. Terwijl hij wist dat dit gesprek was opgenomen. (Deze opname is ingediend bij de rechtbank.)   
– En dan nog de WOB-stukken, die een jaar geleden bij gemeente Emmen werden opgevraagd, maar waarvan het overgrote deel tot op heden nog steeds niet is aangeleverd.
Zelfs niet na dringend advies van de bezwarencommissie; daar heeft men lak aan. En mochten die stukken ooit worden geleverd, zou het ons niet verbazen als ze compleet zijn zwart gelakt.

Tot zover over de door ons gekozen volksvertegenwoordigers.

Voor onze rechtspraak geldt hetzelfde.
Je bent als burger echt aan de heidenen overgeleverd.
November 2019 zou er eindelijk een zitting zijn, die op de dag zelf door de rechtbank werd afgezegd; de rechter bleek niet beschikbaar.
Een nieuwe zitting werd toegezegd, maar die kwam er niet.
De zaak werd, zo besliste de rechtbank, schriftelijk voortgezet.
Opnieuw werd er, door zowel onze advocaat als de curator, verzocht om een zitting, een zogeheten comparitie van partijen.
Toen kwam de corona, alles schoof weer een jaar op, werd uitgesteld tot 5 december 2020.
Opnieuw volgde er uitstel op uitstel, uiteraard zonder opgaaf van reden, de zitting kwam er nooit.
Vanuit de Kunstenbond ging er een brief naar de rechtbank, hoe het ermee stond. Er kwam geen reactie.
Wel plots op 31 maart 2021, na vijf (!) jaar een definitief, voor ons negatief vonnis.
De tweede/nieuwe rechter die dit vonnis had ondertekend, is daarbij niet ingegaan op de meer dan twintig door onze advocaat ingebrachte stellingen.
Hij vond dat we “de nieuwe CAO dan maar niet hadden moeten ondertekenen……..” (Overigens hebben niet alle IBOCQ-leden destijds getekend.)

Naar het oordeel van meerdere juristen en advocaten is dit vonnis, over een zo uitgebreid en complex dossier, niet alleen erg summier, maar bovendien amper gemotiveerd.
Niemand echter die daar iets mee kan, wij in ieder geval niet, want een rechter kan nooit worden aangesproken op de kwaliteit van zijn werk.
Hij wordt voor het leven benoemd en is onaantastbaar.
Zodat er in zo’n geval niets anders overblijft dan hoger beroep aan te tekenen.
Wat tussen de €60.000 en €90.000 zou gaan kosten, dus voor een gewoon burger in de praktijk geen haalbare kaart is, tenzij je financieel gesteund wordt.

In hoger beroep.

Na dit voor ons zeer onverwachte, negatieve vonnis van de rechtbank op 31 maart, gaf de Kunstenbond in eerste instantie aan zich te willen beraden over een hoger beroep.
De curator wilde zeker in hoger beroep; ook hij had een summier, slecht gemotiveerd vonnis ontvangen.
Hij liet de advocaat van de Kunstenbond weten hiervoor toestemming te hebben gekregen van de rechter-commissaris.
Advocaat voor de Kunstenbond, mr. Ernest Claassen van CKV Advocaten, gespecialiseerd in faillissementsrecht, die reeds vijf jaar aan het dossier gewerkt had, adviseerde ook hoger beroep. 
Hij achtte ons hoger beroep kansrijk.
Mr. Mark Gerrits, jurist van de Kunstenbond die het dossier had opgebouwd, was het geheel met hem eens. Hij had de directie bovendien aangegeven graag de zaak in het hoger beroep voort te willen zetten.

De Kunstenbond, die pretendeert voor haar leden “tot het gaatje te gaan”, speelde hierna een tamelijk doorzichtig spel.
Zij is in de praktijk net zo onbetrouwbaar gebleken als de twee bovengenoemde gemeenten.
Terwijl je als lid van een vakbond verwacht dat een bond pal achter haar leden blijft staan, waar mogelijk helpt en open en eerlijk communiceert, deed deze bond het omgekeerde.
Had zij eerlijk toegegeven dat de kosten voor het hoger beroep de enige, echte reden was om te willen stoppen, hadden wij daar best begrip voor gehad.
Het proces zou door gemeenten immers  weer kunnen worden getraineerd en zomaar uit kunnen komen op een periode van vier jaar extra procederen.
Maar de Kunstenbond  koos ervoor, in plaats van open en eerlijk te zijn, een heel theater op te voeren.
Om na een beraad van bijna twee maanden, met behulp van een speciaal hiervoor ingehuurd advocaat te kunnen “bewijzen,” dat onze zaak in hoger beroep niet haalbaar zou zijn.
Dit werd uiteindelijk als de reden aangevoerd om ons te laten vallen als een baksteen.
En dit werd door hen tot in het kort geding, dat de IBOCQ noodgedwongen aanspande, stug volgehouden.

Gedurende de maanden april en mei werd alle communicatie met de IBOCQ-vertegenwoordigers door de directeur afgehouden. Men was “ermee bezig”.

We hebben uitgerekend dat we de afgelopen jaren met onze maandelijkse contributies de afgelopen jaren zeker €60.000, hebben bijgedragen aan de €150.000 proceskosten.
Daarnaast hebben diverse mensen van de IBOCQ hard meegewerkt om de feiten boven tafel te krijgen.
Toch vonden directie en bestuur het niet nodig de IBOCQ-vertegenwoordigers bij het overleg inzake een mogelijk hoger beroep te betrekken.
Wij werden geacht af te wachten totdat we iets van de directie zouden horen.

Vrijdagmiddag 16 mei om 17.30 uur ontvingen de IBOCQ leden van de directeur van de Kunstenbond eindelijk een mail, met een uitnodiging voor een zoommeeting op 25 mei.
Uit deze mail was al op te maken dat de bond niet in hoger beroep wilde gaan.
Communicatie met de directeur bleek vanaf dat moment echter niet meer mogelijk.
Want, zo stond er in de antwoordmail, zij was op vakantie tot 25 mei en las haar mails niet meer.
Overleg met mr. Mark Gerrits, de jurist die al jaren ons aanspreekpunt was, bleek door haar te zijn geblokkeerd.
Hij had een spreekverbod gekregen tot aan de zoommeeting.
Ja, u leest het goed: een spreekverbod!
Net als mr. Ernest Claassen.mocht hij niet met ons in gesprek,

De bewuste zoommeeting op 25 mei was één grote schijnvertoning.
Mr. Derek Sietses deelde ons mee tot een negatief advies te zijn gekomen; hij gaf het hoger beroep geen kans.
E.e.a. lichtte hij tijdens de zoommeeting mondeling toe aan de IBOCQ leden die hieraan deel konden nemen.
Dhr. Sietses begreep werkelijk totaal niet waarop advocaat mr. Claassen, mr. Mark Gerrits en curator Jeroen Sprangers hun kansen in hoger beroep baseerden, deelde hij ons mede.
Maar veel, zo niet het meeste waarop hij zijn advies had gebaseerd, was naar onze mening niet juist.
Daarbij maakte hij een grove fout, door zijn persoonlijke oordeel te vellen over de vermeende “schuld van het notariaat.”
Iets wat in het tussenvonnis van de eerste rechter die op onze zaak zat, al was afgeserveerd.
Maar dat had dhr. Sietses bij de bestudering van de stukken blijkbaar niet gelezen.

 
Helaas bood de opzet van deze zoommeeting (van slechts een uur met al drie sprekers vanuit de Kunstenbond) de IBOCQ leden niet veel gelegenheid op het betoog van dhr. Sietses te reageren.
En inhoudelijk dieper op zijn argumentatie in te gaan.
Voorafgaand aan de zoommeeting was door een van onze vertegenwoordigers verzocht of de IBOCQ leden de onderbouwing van zijn advies van te voren schriftelijk konden ontvangen.
Zodat we ons konden inlezen en voorbereiden.
Natuurlijk ook bedoeld voor de collega’s die niet aan dit overleg konden deelnemen, aangezien datum en tijdstip niet in overleg met de IBOCQ was ingepland.
De directeur weigerde, we kregen het advies vooraf niet op schrift.

Bij de start van de zoommeeting werd hier nogmaals om verzocht.
Opnieuw werd dit door de directeur geweigerd.
De zoommeeting mocht niet worden opgenomen en er werden door de Kunstenbond geen notulen gemaakt.
Ook achteraf mocht het advies van mr. D. Sietses niet op schrift worden verstrekt, we hebben dit dus nooit ontvangen.
Natuurlijk is er door de IBOCQ zelf een uitgebreid en gedetailleerd verslag  gemaakt, wat door ons aan alle collega’s, dhr. Claassen en de curator is verstrekt.

Al met al vonden wij het een uiterst merkwaardige gang van zaken.
Maar qua tactiek wel helder.
De directeur had een van de IBOCQ-vertegenwoordigers vorig jaar zomer namelijk al aangegeven, dat de bond zelf zeker niet in hoger beroep zou gaan.
Wat zij tijdens het kort geding overigens glashard ontkende.
Al eerder had zij dus aangegeven dat de bond de kosten te veel vond oplopen.
Echter, in de overeenkomst die de bond met de IBOCQ leden gesloten had, stond geen kostenplafond genoemd.
De reden dat de Bond het proces zou mogen stoppen, zo stond er, was “na een grondige juridische toetsing”.

De bond kon om die reden dus niet afgaan op de grondige juridische toetsing en het positieve advies inzake een hoger beroep van de door henzelf ingehuurde advocaat, mr. Ernest Claassen.
En ook niet op het eveneens positieve advies van hun eigen jurist mr. Mark Gerrits.
Deze twee juristen kenden het dossier na al die jaren door en door.
Nee, het was ons dus duidelijk dat de directeur haar beslissing louter wilde nemen op het zeer beperkte (negatieve) advies van de speciaal hiervoor ingehuurde extern advocaat.
Een jurist, gespecialiseerd in bestuursrecht, terwijl dit notabene een civiele zaak betreft.
 
De vertegenwoordigers van de IBOCQ hebben de directie tijdens de zoommeting twee keer gevraagd of de Kunstenbond bezwaar had, als de IBOCQ zelf, voor eigen kosten, in hoger beroep zou gaan.
De IBOCQ had kort voor de meeting namelijk een genereus aanbod gekregen van iemand die ons wilde helpen het hoger beroep mogelijk te maken.
Deze persoon zou garant staan voor alle kosten tot en met evt. cassatie.
Daarbij was ons ook de steun toegezegd van het bestuur van de Stichting Mens en Vorm.
Het bestuur zou alle werkzaamheden, verantwoordelijkheden en financiële afwikkeling van de Kunstenbond overnemen.
En mr. Ernest Claassen benaderen om het hoger beroep voor te bereiden.
De directeur gaf aan hiertegen geen bezwaar te hebben, mits we zelf de kosten zouden dragen.

De Kunstenbond diende op papier echter wel proceseiser te blijven.
Dit kon niet anders, omdat op eigen naam in hoger beroep gaan, het gigantische risico met zich zou meebrengen dat het hof het hoger beroep op grond hiervan na twee jaar zou afwijzen.
De diverse ons adviserende juristen raadden ons dit dus met klem af.
En advocaat E. Claassen gaf ook aan de zaak alleen voort te willen zetten, als de bond op papier eiser bleef.
Als goed advocaat kon hij er anders niet aan beginnen, zei hij, dan zou hij ons niet juist adviseren.

De Kunstenbond werd door hem benaderd met de vraag of zij hiertoe bereid was.
Met een zorgvuldig opgestelde overeenkomst zou de bond van alle financiële en andere risico’s worden gevrijwaard.
Aanvankelijk leek de directeur hiervoor open te staan.
Ze zou overleggen met het bestuur, kregen we te horen.
Hierna volgde een mailwisseling tussen advocaat Claassen en de directeur over specifieke voorwaarden van de Kunstenbond i.v.m. de op te maken overeenkomst.
Dhr. Claassen gaf aan dat het geen enkel probleem was en met de wensen van de bond rekening kon worden gehouden.
De betrokken IBOCQ leden en het stichtingsbestuur overlegden intussen met alle IBOCQ leden en werkten met de voorzitter van de stichting en de geldverstrekker het financiële plan uit.
De financierder ging akkoord: alles was rond om in hoger beroep te kunnen gaan.

Het was dan ook een enorme teleurstelling toen de Kunstenbond enkele dagen later de advocaat een mail stuurde en alsnog weigerde aan het hoger beroep mee te werken.
De voorzitter van de stichting Mens en Vorm probeerde hierna twee dagen lang tevergeefs de directie van de Kunstenbond telefonisch te bereiken, maar zij reageerde niet.
Vervolgens stuurde hij een brandbrief naar het bestuur.
Want de tijd begon te dringen, daar de appeldagvaarding die dhr. Claassen al gereed had, uiterlijk 29 juni moest zijn ingediend.
Maar ook vanuit het bestuur kwam er geen enkele reactie.
Toen er eindelijk telefonisch contact tot stand kwam met het bestuur en directie mocht dat niet baten.
Zij bleven volharden in hun weigering mee te werken aan het hoger beroep.

                                               
Het kort geding.

De IBOCQ had dus geen andere keuze dan een kort geding aan te spannen tegen de Kunstenbond.
Gelukkig bleek de financierder bereid ook deze kosten voor te willen schieten.
Mr. Martijn Kerkdijk, van advocatenkantoor Benthem Gratama te Zwolle, pakte het kort geding met verve op.
Hij schreef een grondige, goed onderbouwde pleitnota en stelde daarbij een gedetailleerde overeenkomst voor de Kunstenbond op.
Zelf hoopte hij, dat de Kunstenbond na aanbieding van deze hen volledig vrijwarende overeenkomst alsnog met de IBOCQ in gesprek wilde gaan, zei hij.
Ze liepen hiermee immers geen enkel risico meer.
Maar die hoop bleek tevergeefs.

Donderdag 24 juni vond in Amsterdam de zitting voor het kort geding plaats.
De directeur en voorzitter van het bestuur van de bond plus twee (!) advocaten bepleitten voor de rechter hun weigering.
Het hoger beroep gaven zij geen kans. (Advocaat Ernest Claassen had van hen geen toestemming gekregen om te verklaren, dat hij hoger beroep wel kansrijk achtte.)
Doorgaan onder naam van de Kunstenbond zou volgens hen ”reputatieschade” opleveren en ze wilden bovendien de rechtbank met een hoger beroep niet ”onnodig belasten”.
Verder zou het toch wat werk meebrengen voor hun juridische afdeling als zij proceseiser bleven want ja, dat kostte geld en de bond had maar een klein kantoor.
Twee advocaten inhuren voor het kort geding achtte men blijkbaar niet bezwaarlijk.

De Kunstenbond stelde vervolgens in het kort geding dat wij prima zonder hen in hoger beroep konden gaan.
De rechter antwoordde dat dit juridisch-technisch gezien inderdaad mogelijk zou moeten zijn, maar onderkende zelf daarbij het grote risico dat de IBOCQ liep op afwijzing door het hof.
Ze zei, dat hoewel het mogelijk zou moeten kunnen zijn, de praktijk toch echt anders uitwijst.
De rechter gaf de IBOCQ vertegenwoordigers het woord, en stelde de directie en bestuur nog enkele kritische vragen, o.a. over de vermeende reputatieschade.
Zelf vond ze het vonnis van de rechter ook erg summier evenals de onderbouwing van het negatieve advies van dhr. Sietses
Ze probeerde de bond ertoe te bewegen om te proberen er alsnog samen met de IBOCQ uit te komen.
De Kunstenbond weigerde dit.

Zowel onze advocaat als de twee vertegenwoordigers van de IBOCQ hadden na afloop dus sterk de indruk dat het kort geding positief uit zou vallen voor de IBOCQ.
Groot was dan ook onze verbazing en teleurstelling toen we maandag middag 28 juni het vonnis ontvingen.
De rechtbank oordeelde nl. dat de IBOCQ zelf in hoger beroep kon gaan (???).
En stelde dat de Kunstenbond haar besluit (om te weigeren mee te werken aan hoger beroep) mocht nemen op basis van haar overeenkomst met de IBOCQ-leden.
Dat wij het hoger beroep vanwege onze enorme financiële belangen zelf wilden financieren en een stichting hadden die ons steunde, stelde blijkbaar niets voor.
Het enorme financiële belang van 35 mensen werd keihard weggestreept tegen de vermeende “reputatieschade en wat extra inspanning” voor de Kunstenbond.
Een bond die haar eigen leden keihard liet vallen, hen zelfs niet in naam wilde steunen terwijl die leden op eigen kosten in hoger beroep zouden gaan.
Wat we toch op zijn minst hadden mogen verwachten van de bond die ons destijds adviseerde de nieuwe cao toch maar te tekenen.
Het enige positieve was dat we als verliezende partij niet (zoals gebruikelijk) de vaste proceskosten van de tegenpartij hoefden te betalen.

Na deze uitspraak staan we helaas definitief met lege handen.



“Waar recht is zal recht geschieden” is een loze kreet gebleken.
Gemeenten procederen met belastinggeld tegen de eigen burgers.
Ze beschikken immers op deze manier over oneindig diepe zakken.
En de wet kent geen sancties als zij liegen, bedriegen, chanteren, de zaak waar mogelijk saboteren en zo lang mogelijk traineren.
Alle gesjoemel blijft bovendien altijd zonder consequenties voor degenen die op deze manier hun boekje te buiten gaan.

Echter: de waarheid, ook gefluisterd, blijft de waarheid!

De IBOCQ kent inmiddels de feiten en heeft de bewijzen gezien dat ze door gemeenten zijn gechanteerd, belogen en bedrogen.

De schuldigen, degenen die hieraan hebben meegewerkt, weten dit ook, maar hebben geen geweten.


Ook wat de vakbond betreft zijn we enkele illusies armer.
De Kunstenbond is een ondemocratisch, uiterst autoritair handelend instituut gebleken.
Met een directie die een werknemer, welke het niet met de door haar gekozen strategie eens is, een spreekverbod oplegt.
Een bond met een directie en bestuur, die bovendien heel weinig respect toont voor haar leden.
Communicatie met haar eigen leden willens en wetens saboteert.
Zij is hiermee helaas verworden tot een verdienmodel, waarbij principes van onderschikt belang zijn.
De IBOCQ-leden hebben hun lidmaatschap dan ook opgezegd.

Zeven jaar hebben wij gestreden voor het recht op een verdiend, menswaardig bestaan, na ons vele jaren met hart en ziel te hebben ingezet voor de culturele sector in ZO Drenthe.
De financiële schade die ons door gemeenten is aangericht is enorm.
Maar minstens even ernstig is de schade die we hebben opgelopen inzake ons vertrouwen in onze volksvertegenwoordiging, en in het functioneren van onze rechtstaat.

We hopen dat curator Jeroen Sprangers, die in hoger beroep is gegaan, zijn zaak betreffende het onrechtmatig en frauduleuze handelen van gemeenten zal winnen.
En er in ieder geval zo alsnog aan het licht komt, wat er door de gemeenten destijds achter de schermen is bekokstoofd.
Wij en onze hele achterban, wensen hem hierbij veel succes!
   
We bedanken hierbij Bertus Beltman (oud directeur CQ) die het eerste verzet organiseerde tegen het faillissement,  alle leerlingen, vrienden, familie, bekenden en niet te vergeten de vele kunst en cultuur-collega’s uit het hele land, die ons de afgelopen jaren steun betuigden en met ons meeleefden.
Uiteraard ook Martijn Kerkdijk, die voor ons pleitte in het kort geding.
En niet te vergeten de diverse juristen die op de achtergrond meedachten en ons hebben aangemoedigd niet op te geven.

Onze dank gaat in het bijzonder uit naar mr. Mark Gerrits van de Kunstenbond, die door de IBOCQ op handen wordt gedragen.
En naar mr. Ernest Claassen van CKV Advocaten.
We hebben hen de afgelopen jaren leren kennen als integere, betrokken mensen, die zich volledig hebben ingezet voor onze zaak.

Namens alle IBOCQ leden, BEDANKT!



De IBOCQ redactie, 25 juli 2021










Search
Luuk Houkes

Luuk Houkes, (geb. 19-01-1947) versterkt al geruime tijd het team dat zich, samen met de Kunstenbond inzet voor de belangen van de oud-medewerkers van CQ

 

 

Lees meer

 

N.a.v. de aangifte die vorige week is gedaan van faillissementsfraude is er gisterochtend bericht gekomen van de Officier van Justitie.
Na bestudering van de diverse door de Bonden ingeleverde documenten, werd hen door de Off. van Justitie verzocht  officieel aangifte te doen van faillissementsfraude en Paulianeus handelen.
Dat hebben de bonden gistermiddag direct gedaan.
Samen met de FIOD en het OM gaat  nu bekeken worden of er een onderzoek ingesteld kan worden naar verdachten, te weten gemeenten Emmen en Coevorden, alsook de notaris Veldkamp en makelaar Ludwig van het voormalig CQ bestuur
Inspreekavond Emmen
Mr. Mark Gerrits (NTB)

Het trauma van 2014?

“Geachte leden van de Raad

Gaat dit faillissement óók de boeken in als een trauma?

Een trauma voor de ontslagen werknemers?

Het trauma van 2014?” … Video

Anne Jan de Graaf (FNV)

Geachte commissie,

“Ik wil u dringend vragen om te bewerkstelligen dat de beide bonden in de gelegenheid worden gesteld om met de verantwoordelijke wethouder te kunnen onderhandelen over een realistische schadeloosstelling voor de ontslagen werknemers van CQ” … Video

 

Tanja Schrijver (FNV)

Kent u dat woord, vilein?

“De gemeente Emmen lijkt bewust voor faillissement te kiezen en heeft de stekker eruit getrokken.
Een vilein besluit dus van de gemeente Emmen.”

 

Lees meer

Dhr. Auke Oldenbeuving (CDA) vroeg tijdens de inspreekavond of wij ‘teleurgesteld’ waren.
Hij vond dhr. Gerrits en de andere vertegenwoordigers te fel in hun optreden.
Bovendien rekte de curator alleen de boel maar op, die was enkel uit op eigen voordeel.

 

Lees meer

Categorieën